Geert Sanders is natuurlijk niet alleen één van de meest inspirerende docenten uit mijn Groningse tijd, maar vooral natuurlijk de afstudeerbegeleider van Simone en (ooit, heel lang geleden...) zeer gewaardeerde adviseur van mijn vader. Tijdens zijn "laatste college" wist hij ons nog één maal op het verkeerde been te zetten met de vraag: "Is de kat essentieel?"

Een groot zenmeester die aan het hoofd stond van het klooster van Mayu Kagi, voelde een grote liefde voor zijn kat. Om zoveel mogelijk te kunnen genieten van zijn gezelschap hield hij de kat ook tijdens het meditatieonderricht bij zich. Op zekere ochtend bleek de meester –hij was niet meer een van de jongste –gestorven. Zijn beste leerling nam zijn plaats in. “Wat doen we met de kat?” vroegen de andere monniken. Bij wijze van eerbetoon aan zijn vroegere leermeester besloot zijn opvolger dat het beestje bij de meditatielessen aanwezig zou blijven.

Vele jaren gingen voorbij. De kat ging dood, maar de leerlingen van het klooster waren zo gewend geraakt aan zijn aanwezigheid, dat ze een nieuwe kat namen. Andere kloosters gingen ertoe over ook katten toe te laten bij de meditatie. Ze meenden dat de kat de oorzaak was van de faam en de kwaliteit van het onderricht in Mayu Kagi en vergaten dat de vroegere zenmeester en uitstekend onderwijzer was geweest.

Een nieuwe generatie diende zich aan en er verschenen verhandelingen over de waarde van de kat bij de zen meditatie. En zo gold de kat een eeuw lang als een essentieel onderdeel van de zen meditatie –en de studie ervan –in die streek.

Tot er een zenmeester kwam die allergisch was voor haren van huisdieren en om die reden besloot geen katten meer toe te laten bij de dagelijkse oefeningen met zijn leerlingen. De reacties waren bijzonder negatief, maar de meester volhardde in zijn besluit. Hij was een uitmuntende onderwijzer en zijn leerlingen behaalden uitstekende resultaten, ofschoon er geen enkele kat aanwezig was.

Er ging nog een eeuw voorbij en de kat verdween langzamerhand volledig uit de meditatierituelen van die streek. Maar het duurde twee hele eeuwen, voordat alles weer normaal was, en niemand zich nog afvroeg waar de kat was wanneer hij met zijn meditatie begon.

Wie van ons vraagt zich wel eens af: waarom doe ik nou juist zo en niet anders? Waar zit de "kat" in onze organisatie?